Kijk naar wat werk en ga daar mee door
uit “Ja maar … huh?!” van Berthold Gunster
Bij bekrachtigen kijk ik naar wat goed gaat en hoe ik dat kan versterken. We zijn eerder geneigd te kijken wat niet werkt – de defecten, problemen en haperingen – dan naar wat wel werkt. Het effect van het bekrachtigen is ongekend.
Uitgaan van wat goed gaat, waar onze kracht ligt, zit niet in onze calvinistische cultuur. Wij zijn meer van het ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Bescheiden zijn en vooral aangeven waar je niet goed in bent dat wordt bij ons als een deugd beschouwd. Dat heet gezonde zelfkritiek. We hebben het liever over wat we nog moeten leren dan over onze talenten.
Positieve feedback zit niet zo in onze genen. Al op jonge leeftijd worden we getraind om op te passen voor gevaar. We leren dan vooral te kijken naar wat niet goed is. Waar we voor op moeten passen, wat onze verbeterpunten zijn. Daarom geven we in plaats van complimenten liever tips. En die noemen we dan kritisch-opbeurend. Maar er is niets opbeurends aan een tip. Een van de ergste dingen die we kunnen doen is andere mensen een tip geven. En al helemaal als het een ongevraagde tip betreft. Een tip is namelijk altijd gebaseerd op iets wat iemand (nog) niet goed doet of kan. En degene die de tip geeft die weet het natuurlijk wel. Hoe arrogant!
Complimenten, echte complimenten, gebaseerd op wat iemand echt goed doet Vanuit het hart, met liefde. Gebaseerd op waarneembare feiten, waarvan je weet dat de ander het op prijs stelt en dat vrij is van verborgen motieven.
Bekrachtigen werkt goed in situaties waarin:
- sprake is van een wankel evenwicht
- sprake kan zijn van metamorfoses: plotselinge overgangen
- sprake is van systemen; daar waar loops kunnen ontstaan waarbij een positieve impuls leidt tot positieve feedback zodat een opwaartse vicieuze cirkel kan ontstaan.