Eros is het verlangen ‘naar wat ontbreekt’. De verliefde hunkert naar zijn geliefde, is altijd aan het wachten en zit vast tussen twee tijden, die van het ‘nu’, alleen en behoeftig, en het ‘dan’, wanneer hij samen en vervolmaakt is. Als hij eenmaal heeft waar het hem aan ontbrak, is er geen sprake meer van verlangen. Hij heeft eindelijk zijn bezit en kan het beheersen. Zo gemakkelijk gebeurt dat echter niet, vaker niet dan wel natuurlijk. En krijg je ooit helemaal wat je verlangt? Er komt altijd wat tussen – dat is de noodzakelijke derde component van Eros. Dat maakt verlangen paradoxaal, want het verbindt én scheidt: ‘het duidt aan dat twee niet één zijn, het belicht de afwezigheid waarvan eros de aanwezigheid vereist’.
Dat laat Eros bitter smaken. In het verlangen komen winst en verlies, weelde en armoede, liefde en haat samen.