Montaigne

Pedagogische opvattingen

Het tijdperk waarin Montaigne leefde leende zich nog niet tot grote wijsgerige stelsels. Het was een tijd van actie, van verwarring, van het zoeken naar nieuwe vastheid. Montaigne, uiterlijk heel zijn leven katholiek gebleven en afkerig tegenover de hervorming, is in de kern van zijn geest een voorzichtig scepticus die, al vindt hij geen grondig levensinzicht,v zal zoeken naar een houdbare, niet te zware ethiek en levenskunst.

De waarheid immers is onvast en wisselt zelfs voor één bepaald individu. En die subjective waarheid is moeilijk aan andere mede te delen. Persoonlijk leren oordelen is het belangrijkste.

De enige waardevolle opvoeding is gegeven door de praktische levenservaring. Daarin zoekt en vindt de menselijke geest zijn evenwicht in een wijsheid die van laat-antieke stoïcijns-epicuristische aard is. De mens dient zijn levenservaring te leren doordenken.

Tegenover de inrichting van een schoolse opvoeding staat hij niet sympathiek. Noch schoolboeken, noch onmenselijke college maar ook niet de ouders kunnen de kinderen gereed maken voor het leven. Ideaal is een leermeester. Geen verstandsvulling, en niet te veel nadruk op het werk van de leermeester, maar op het kind.

Montaigne is een diep a-dogmatisch naturalist, zoekend naar formele vorming, vorming tot een evenwichtige levenskunst, gesteund op een voorzichtig persoonlijk oordeel.

De vorming van het oordeel is veruit het belangrijkste. Deze moet al reizend worden afgewerkt.