Herculus ziet op een tweesprong twee vrouwen naderen. Een zwoele schoonheid die hem de onmiddellijke vervulling van zijn aardse verlangens belooft. “Mijn vrienden noemen mij Geluk, maar mijn vijanden Ondeugd”, zegt ze. En de andere vrouw is mooi maar ingetogen. Zij heet deugd en zegt dat Herculus zich niet moet laten inpalmen. “Want de goden geven de mensen niets van wat goed en nodig is zonder inspanning en zorg”.
Dit doet me denken aan het symbool Y uit de Stoa. Deze Y heeft een dikke tak waardoor het makkelijk voorgaan is. De andere is smal en kost dus moeite om verder te gaan. Een goede Stoïcijn neemt de smalle tak. De Stoïcijn Marcus Aurelius verwoord het zo: “Het obstakel is de weg”. (zie bij Citaten)