Begrippen

Over de tijd

Het leven is op zichzelf noch goed noch kwaad; het is de tijd waarin men goede of slechte dingen doet.

Michel de Montaigne

In de flow van het werk

Als ik in de ban van mijn werk ben en er helemaal door meegesleept word, weg van de werled, dan vergeet ik alles om me heen en kijk ik uren later ineens verbaast op de klok: waar is de tijd gebleven? Ik heb dan niet het gevoel dat ik iets verloren of verzuimd heb, ik ben aangenaam verbaast over het feit dat het me, zonder enige moeite, gelukt is mijn geestelijke tijd, mijn heel eigen tijd te beleven en me te ontdoen van de dwang van de tijd van de klok, een gevoel van vrijheid, flow. Dit lijk op het Indische principe dat bij jezelf jezelf zijn een overwinning van de tijd id en dat de tijd, zoals we hem meten en zoals we erover praten, in vergelijking daarmee een pure illusie is.

Eigenlijk bestaat tijd helemaal niet, zeggen de Indische leermeesters, tijd is slechts schijn, een uiting van zelfvergetelheid, eigenlijk zelfs de meest geraffineerde en meest bedrieglijke manier van deze vergetelheid, de officiële vorm daarvan, algemeen gehuldigd als de grondvorm van de werkelijkheid, waarnaar alles moet worden gericht. Terwijl de tijd iets totaal denkbeeldigs is, iets dat ons gevangen houdt en vervreemdt van onszelf. Onze dwangmatige blik op deze schijnbare werkelijkheid is de grote barrière die ons de weg naar ons zelf verspert en die ons opgesloten houdt in de gevangenis van de ui9terlijkheid van de tijd. We jagen ons hele leven lang deze schijn na, angstig en zwetend kijkend naar de klok.

In de flow van poëzie

Poëzie heeft met de ervaring van tijd te maken. HJet is een maniet om het heden helemaal heden te laten zijn. Een middel om de tijd te laten stoppen. Terwijl je leest, naar beelden kijkt of naar muziek luitstert, laat je het verleden achter je, niet in de zin dat je het vergeet, maar dat je het ontspannen los kunt laten en je laat het heden niet dwarsbomen of uitwissen door gespannen verwachtingen over de toekomst. Het poëtische heden lijkt opgelicht uit de stroom en het noodzakelijk verloop van de dingen die zich afspelen in de tijd. Poëzie staat je toe je ergens volledig op te focussen.

Een tweede tijd?

Een snelle verandering in gebeurtenissen (bv verslechterend gezondheid, de groei van een baby) kunnen een ruk aan de tijd geven. Het plotseling realiseren dan een periode ten einde is kan als een sprong in de tijd worden ervaren (bv als je foto’s bekijkt). Alsof plotselinge veranderingen niet alleen ín de tijd gebeuren en hem onberoerd laten terwijl hij rustig verstrijkt, maar de tijd zelf ook een stevige zet geven. Eigenlijk is het paradoxaal om het zo te beschrijven, want dat zou veronderstellen dat er een andere, een tweede tijd zou bestaan, van waaruit je de ruk aan of de sprong van de eerste tijd zou kunnen ervaren. Zo zeggen foto’s veel, niets brengt beter tot uitdrukking hoe snel en hevig iets veranderd en hoezeer daardoor alles wat ooit van belang is geweest in twijfel wordt getrokken. Dat kun je alleen beschrijven als je het kader van alle veranderingen, de tijd, zelf doet wankelen.

Een individueel leven is in de eeuwigheid niet meer dan een ademtocht: mijn individuele leven is niet belangrijker dan dat van anderen en geen enkel leven is belangrijker in de zee van tijd van het grijze verleden tot de verre toekomst, in de mars van geboorte en dood, van geslacht tot geslacht. Het komt alleen doordat ík mijn leven in bezit heb genomen, doordat ik leef en uit mijn ogen kijk, dat het voor mij zo bijzonder en urgent lijkt, en zo moest het voor iedereen zijn. Maar het is vals, een minutieus eenzijdig beeld.
Vrij uit ‘De dochter van Montaigne’, p71