Ik las in het boek ‘Datacratie werken ‘van Daan van Beek over Zero Marginal Cost Society. Bij het lezen bedacht ik me dat dit een mooie gedachte is. Een gemeenschap waar niet gestuurd wordt op de marge, waar kapitaal en rendement ondergeschikt werd. Ik zag een wereld voor me waarbij de producten geleverd werden zonder marge; dus zonder winst kenmerk. De verdiensten komen uit de service. Het mooi is, in mijn gedachte dat het de race naar grote, de obsessie van groeien zal verkleinen. En dat we , omdat de inkomsten komen van service, veel minder grondstoffen gaan verbruiken.
Nu ik dit zo uit type zit er een paar flinke kronkel is mijn gedachte. Goed die uit te werken. Dat lees je verde op in deze post. Eerste even terug; waar komt de term Zero Marginal Cost Society vandaan.
In 2014 verscheen het boek The Zero Marginal Cost Society: The Internet of Things, the Collaborative Commons, and the Eclipse of Capitalism van Jeremy Rifkin. Met de term Nul Marginale Kosten bedoelt Rifkin de bijkomende kosten, die de kostprijs van een eenheid bepalen. Hoe lager de prijs, des te goedkoper is het product of de dienst. Hij gaat ervan uit dat door nieuwe technologieën goederen en diensten (bijna) gratis kunnen worden. De samenleving kan het geld dan uitgeven aan een gemeenschappelijk goed.
In de wereld van Rifkin komen communicatie, energie en transport samen, via het internet, in het Internet der Dingen. Alle informatie en data zijn door middel van sensoren met elkaar verbonden. Het aantal sensoren kan oplopen tot 100 biljoen. De politiek zal moeten bepalen, hoe onze privacy gewaarborgd zal zijn, wanneer alle informatie in principe gedeeld wordt.
Hij is de bedenker van de term Derde Industriële Revolutie, waarmee hij bedoelt dat het kapitalistische systeem op zijn einde loopt en er een nieuwe tijd aanbreekt. Hij is ervan overtuigd dat bijna alle producten binnenkort voor bijna nul kosten te produceren zijn door nieuwe technologie, met grote gevolgen voor de economie.