De wijsheid van Confucius, die, toen hem werd gevraagd wat hij zou veranderen als hij het voor het zeggen had in een land, antwoordde: „Ik zou als eerste het taalgebruik verbeteren. Want als het taalgebruik niet juist is, dan is wat wordt gezegd niet dat wat bedoeld wordt. En als wat gezegd wordt niet is wat men bedoelt, komen er geen werken tot stand. Komen de werken niet tot stand, dan gedijen de kunst en de moraal niet. Gedijen deze niet, dan is er geen juiste rechtspraak. Als er geen juiste rechtspraak is, dan weet de natie niet wat te doen. Daarom moet men geen willekeur dulden in het woordgebruik. Dat is waarop alles aankomt.”
Staat in de “Gesprekken”, Lunyu 13.3. komt uit ebook Confucianisme van Karel de Leeuw.